Zaken Vrienden Soest
Nieuws

Kaasboerderij de Staelenhoef

‘Als je niet kon leren, moest je maar boer worden.’ Dat werd vroeger vaak gezegd, aldus Trudie Hilhorst van Kaasboerderij de Staelenhoef. Maar als ik boer Toons verhalen hoor over KI-organisatie, forsfaatnormen en stikstofeisen, dan weet ik één ding zeker: tegenwoordig moet je in elk geval van goeden huize komen om boer te zijn.

Er komt heel wat bij kijken

Twintig plus leden van Zakenvrienden Soest en wat introducees waren donderdag 19 september te gast op de Staelenhoef. De ontvangst met port en meerdere kazen van het huis was hartelijk. Het verhaal van Toon maakte duidelijk dat het leven van de moderne boer zich steeds minder in het weiland en steeds meer achter de computer afspeelt. Alles moet bijgehouden of in de gaten gehouden worden: het fokbeleid, de fosfaatuitstoot, de melkproductie, de stikstofproductie, het medicatiegebruik, de mestboekhouding, de registratie van koeien, de normen voor het verbouwen van voedermais, enz. enz. En daarnaast moet je nog zorgen dat je aan de overige dagelijkse werkzaamheden toekomt èn dat je bedrijf toegerust is voor de toekomst. De kaas moet immers ook gemaakt worden en ook de winkel moet draaien. In de winkel ontvangt Trudie wekelijks 400 à 500 klanten. De producten worden ook aangeboden in 5 Jumbo’s en een deel van de melk wordt opgehaald door de melkwagen.

Het begint allemaal bij de koe

Een succesvol melkveebedrijf begint bij de juiste koe, dus met een goed fokbeleid, aldus Toon. Daarom maakt de Staelenhoef gebruik van een paringsadviseur om het perfecte sperma voor elke koe te vinden. De koeien dragen een stappenteller die detecteert wanneer een koe tochtig is en dus geïnsemineerd kan worden. Om de melkproductie hoog te houden is het de bedoeling dat elke koe een kalf per jaar levert. Wordt een koe niet drachtig dan levert ze geen melk en kan er dus ook geen kaas gemaakt worden. Als de inseminatie gelukt is en de koe 9 maanden drachtig is geweest, kan het kalf geboren worden. Ongeveer de helft van de koeien heeft daarbij hulp nodig. Via camera’s en zijn telefoon kan Toon monitoren of de koe het alleen af kan of dat hij ’s nachts zijn bed uit moet om te helpen. Is het kalf eenmaal geboren dan wordt het na anderhalve dag bij de moeder weggehaald om naar de slager gebracht te worden. Het kalf is immers slechts een middel om de melkproductie van de koe te stimuleren, het is niet de bedoeling om de veestapel uit te breiden. Zielig? Neuh, dat vindt Toon niet. Het kalf wordt weggehaald terwijl de koe gemolken wordt, de koe is vervolgens even onrustig en vergeet het kalf vervolgens. En de koeien hebben een heel goed leven bij Toon en Trudie. Er is geïnvesteerd in een ruime stal waarin de koeien vrij rond kunnen lopen of kunnen liggen in ruime, comfortabele ligboxen. Ze kunnen ook vrij naar buiten lopen. Dat is dan wel weer een mooi ouderwets plaatje: koeien in de wei, dat zie je helaas niet meer zo veel tegenwoordig.

Melkrobot

Melken doet de moderne boer niet meer met de hand. De moderne melkrobot van de Staelenhoef kan 65 koeien aan. De koe loopt zelf de melkrobot in. De melkrobot leest af of de koe inderdaad gemolken moet worden, zo ja, dan krijgt de koe voer zodat hij rustig blijft staan tijdens het melken. Zo nee, dan gebeurt er niks en loopt de koe vanzelf weer weg. Op die manier wordt er 650.000/700.000 liter melk per jaar geproduceerd. En, anders dan de boer van vroeger, kunnen Toon en Trudie daarom ook weleens op vakantie. Hoewel, langer dan een dag of vijf wil Toon niet weg. Dan mist hij de koeien.

Tekst: Sandra Goutier, All Text Power
Foto’s: Rombout Verschoor, Rombout Verschoor Video & Projecten

Gerelateerde berichten